Viltwerk Jolien Dop

Techniek

Het vilten is een eeuwenoude techniek, waarbij wol door een combinatie van vocht en wrijving verandert in een compacte, stevige stof: vilt.
 
Mijn basisstukken (bijvoorbeeld hoeden of polswarmers) maak ik op een iets andere manier dan het traditionele vilten met de hand: ik brei ze voordat ik ze vilt. Afhankelijk van de wolsoort maarmee ik werk, brei ik alle stukken gemiddeld een derde groter dan ze uiteindelijk moeten worden. Een gebreide –nog ongevilte- hoed heeft hierdoor in eerste instantie meer weg van een tentje dan een hoed! Na het breien gaan de stukken in de wasmachine met een heel klein beetje wasmiddel, waardoor (denk aan de combinatie vocht en wrijving) een egaal en uiterst draagbaar vilt ontstaat.
 
Eenmaal uit de wasmachine vorm ik de stukken in model. De hoeden bijvoorbeeld, trek ik over een hoedenmal. Wanneer de stukken droog zijn, is het tijd ze te kammen en met mijn roosjes af te werken.
 
Rozen vilt ik op de ‘traditionele’ manier: losse plukken merinowol bewerk ik tussen mijn handen met water en zeep. Afhankelijk van de grootte van de roos maak ik een aantal laagjes: een brocheroos bijvoorbeeld bestaat uit drie lagen en een hartje, terwijl het allerkleinste roosje aan een babyslofje uit één laagje en een hartje bestaat.